Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
26 mei 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor openlijke geweldpleging, voortvloeiend uit een conflict tussen de directie van een transportbedrijf en chauffeurs die zich tijdens een staking hadden opgesloten in vrachtwagencabines. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had op 17 oktober 2018 een einduitspraak gedaan, waarbij de verdachte aanwezig was op de terechtzitting van 3 oktober 2018.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, maar deed dit pas op 7 november 2018, wat buiten de wettelijk gestelde termijn van veertien dagen na de einduitspraak viel. De advocaat-generaal adviseerde de Hoge Raad om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren vanwege deze overschrijding.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep niet in behandeling kon worden genomen omdat de termijn voor het instellen van cassatieberoep niet was nageleefd. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van procesrechtelijke termijnen in strafzaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.