Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
26 mei 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor het bezit van MDMA en amfetamine en voorbereidingshandelingen voor amfetamineproductie. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor de strafmaat, met vermindering van de straf tot een gebruikelijke maatstaf.
De Hoge Raad beoordeelde de klachten over het hofarrest en verwierp deze, behalve het middel dat betrekking had op de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. De stukken waren te laat door het hof ingezonden en de Hoge Raad deed uitspraak na meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep.
Hierdoor werd de redelijke termijn overschreden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier jaar naar drie jaar en zeven maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot drie jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.