ECLI:NL:HR:2020:859
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een besluit op grond van de Algemene Ouderdomswet. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereiste inhoudelijke eisen, omdat de gronden van het beroep ontbraken, zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om dit gebrek binnen zes weken te herstellen. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres, maar belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 15 mei 2020 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden in het beroepschrift.