ECLI:NL:HR:2020:849

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 mei 2020
Publicatiedatum
11 mei 2020
Zaaknummer
19/01575
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 141 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak openlijke geweldpleging vrachtwagenchauffeurs

In deze strafzaak stond openlijke geweldpleging centraal, gepleegd tegen vrachtwagenchauffeurs die zich tijdens een conflict met de directie van hun transportbedrijf hadden opgesloten in hun vrachtwagencabines als onderdeel van een staking. De verdachte werd door het hof veroordeeld voor deelname aan deze geweldpleging samen met een groep ingehuurde beveiligers.

Het cassatieberoep richtte zich op de bewijswaardering van het hof, met name op de vraag of het hof terecht had geoordeeld dat de beveiligers het feit hadden gepleegd en dat verdachte daarvan deel uitmaakte. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdediging beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering te geven, omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Daarmee bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep van verdachte. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 26 mei 2020.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor openlijke geweldpleging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/01575
Datum26 mei 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 oktober 2018, nummer 20-003685-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.J.J.G. Stevens-Waltmans, advocaat te Roermond, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 mei 2020.