ECLI:NL:HR:2020:823
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag BPM
De zaak betreft een beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) opgelegd aan belanghebbende, een besloten vennootschap.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van de Staatssecretaris beoordeeld en geconcludeerd dat het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in een gelijktijdig gewezen arrest (nummer 18/02168). Hierdoor verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op €525 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Er wordt tevens vermeld dat de zaak samenhangt met een andere zaak in het kader van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.