ECLI:NL:HR:2020:782
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting naheffingsaanslag personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof Den Haag, waarin hoger beroep werd gedaan tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag over een door belanghebbende betaalde belasting en een opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraken van het hof. Er was geen noodzaak tot uitgebreide motivering omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 24 april 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.