Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft een conclusie van dupliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende werd na 2015 gerechtigd tot het erfpachtrecht van een onroerende zaak in Amsterdam. De heffingsambtenaar weigerde een beschikking op grond van artikel 28 Wet Pro WOZ te verstrekken, waarna belanghebbende bezwaar, beroep en hoger beroep instelde zonder succes.
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam en sluit zich aan bij de motieven van een gelijktijdig arrest (nr. 19/03953). Op die grond vernietigt de Hoge Raad de uitspraak van het Hof, de Rechtbank en het besluit van de heffingsambtenaar.
De Hoge Raad oordeelt dat de weigering van de beschikking onrechtmatig was en draagt de heffingsambtenaar op om alsnog een voor bezwaar vatbare beschikking te geven. Tevens worden het college van B&W en de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en kosten van rechtsbijstand aan belanghebbende.
Deze uitspraak bevestigt het belang van correcte toepassing van de Wet WOZ en de verplichting tot het verstrekken van beschikkingen aan gerechtigde erfpachters, waarbij de Hoge Raad tevens de proceskostenveroordelingen regelt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de eerdere uitspraken en draagt de heffingsambtenaar op om de gevraagde beschikking Wet WOZ te verstrekken.