Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
21 april 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de poging tot seksueel verleiden van minderjarige meisjes centraal, gepleegd door een voormalig lid van het Europees Parlement. De verdachte gebruikte chat- en whatsappberichten en gaf sommen geld en andere giften om de minderjarigen te benaderen.
De verdediging voerde meerdere klachten aan over de betrouwbaarheid van verklaringen van een van de aangeefsters en over de motivering van de bewezenverklaring en strafbare poging. Daarnaast werd bezwaar gemaakt tegen de verbeurdverklaring van een blocnote en een handgeschreven brief.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat de verklaringen niet zodanig onbetrouwbaar zijn dat zij niet als bewijs kunnen dienen. De motivering van het hof inzake bewezenverklaring en strafbare poging is voldoende, en de verweren worden verworpen. De Hoge Raad ziet geen gronden voor vernietiging en verwerpt het cassatieberoep.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en de uitspraak werd gedaan tijdens een openbare terechtzitting op 21 april 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Den Haag wordt bevestigd.