ECLI:NL:HR:2020:699
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vergoeding griffierecht na vernietiging uitspraak hof in bezwaarprocedure WOZ
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting van de gemeente Landsmeer over 2016.
Het hof had het hoger beroep gegrond verklaard omdat de heffingsambtenaar het verslag van de hoorzitting in bezwaar niet had overgelegd, wat in strijd was met artikel 8:42 Awb Pro. Het hof veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht van het hoger beroep, maar had nagelaten het griffierecht van de beroepsfase te vergoeden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof, nu het de uitspraak van de rechtbank gedeeltelijk had vernietigd, ook had moeten bepalen dat het griffierecht van de beroepsfase aan belanghebbende moest worden vergoed conform artikel 8:114 Awb Pro. De overige klachten werden verworpen zonder motivering.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond, vernietigde het arrest van het hof voor zover het niet tot vergoeding van het griffierecht bij de rechtbank oordeelde, en veroordeelde het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landsmeer tot vergoeding van het griffierecht van de rechtbank en het cassatiegriffierecht, alsmede in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landsmeer is veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van de rechtbank en het cassatiegriffierecht, alsmede in de proceskosten.