ECLI:NL:HR:2020:69
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak over herziening hofuitspraak
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende een verzoek tot herziening van eerdere uitspraken van dat hof. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende.
De Hoge Raad beoordeelde de ingediende middelen en oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering noodzakelijk, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter en raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.