ECLI:NL:HR:2020:67

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 2020
Publicatiedatum
16 januari 2020
Zaaknummer
19/01167
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 januari 2019, waarin een verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak was behandeld.

De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, samen met raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2020.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/01167
Datum17 januari 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 januari 2019, nrs. 17/01121 tot en met 17/01124, betreffende een verzoek van belanghebbende tot herziening van de uitspraak van dat Hof van 3 december 2013, nrs. 13/00209 tot en met 13/00212.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, omdat de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2020.