ECLI:NL:HR:2020:663
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag betreffende een belastingaanslag op personenauto’s en motorrijwielen. De zaak betrof een geschil over een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en op 17 april 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.