ECLI:NL:HR:2020:662
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag belasting personenauto’s
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag werd behandeld. De zaak betrof een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen opgelegd aan belanghebbende.
De Hoge Raad heeft de middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Daarbij is overwogen dat het niet nodig is om de gronden van het oordeel nader te motiveren, omdat de zaak geen vragen bevat die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard.