ECLI:NL:HR:2020:661
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag BPM
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een aan haar opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM). Na een uitspraak van de rechtbank Den Haag stelde belanghebbende hoger beroep in bij het gerechtshof Den Haag, dat haar uitspraak deed op 12 oktober 2018.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. De Hoge Raad vond geen aanleiding om de uitspraak te motiveren omdat de beoordeling geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft tevens geen proceskostenveroordeling opgelegd en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het gerechtshof Den Haag in stand en wordt de naheffingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag BPM blijft gehandhaafd.