Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam over aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten.
De Hoge Raad heeft de middelen van de Staatssecretaris beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Belanghebbende had tijdens de cassatieprocedure een verzoek ingediend voor vergoeding van rente over onrechtmatig nageheven en betaalde douanerechten. Dit verzoek is afgewezen omdat het niet eerder was gedaan en niet voor het eerst in cassatie kan worden ingediend.
De Staatssecretaris is veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding, waarbij rekening is gehouden met samenhang van deze zaak met een andere zaak. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot rentevergoeding afgewezen.