Uitspraak
gevestigd in Curaçao,
gevestigd te Utrecht,
2.Uitgangspunten
3.Beoordeling van de incidentele vordering tot voeging
4.Beslissing
3 april 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak vordert AT Osborne zich in cassatie te mogen voegen aan de zijde van Sona. De Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 217 Rv Pro alleen derden zich kunnen voegen en niet reeds betrokken procespartijen. Omdat AT Osborne als verweerster in cassatie partij is in de hoofdzaak, kan zij zich niet voegen bij een andere partij.
De procedure betreft een incident tot voeging in cassatie, voortvloeiend uit een geschil tussen Berenschot en AT Osborne over een overeenkomst van opdracht, waarbij Sona zich aan de zijde van AT Osborne heeft gevoegd. Het hof had Sona niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot voeging in hoger beroep.
De Hoge Raad bevestigt dat AT Osborne niet-ontvankelijk is in haar incidentele vordering tot voeging, veroordeelt haar in de kosten van het incident en verwijst de zaak naar de rol voor verdere schriftelijke toelichting. Hiermee wordt de procesorde gehandhaafd dat een partij niet kan verzoeken zich te voegen bij een andere partij in cassatie.
Uitkomst: AT Osborne is niet-ontvankelijk in haar incidentele vordering tot voeging in cassatie.