ECLI:NL:HR:2020:592

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 april 2020
Publicatiedatum
2 april 2020
Zaaknummer
18/03659
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling concurrentie of achterstelling vorderingen stichting jegens SNS Reaal en de Staat

Stichting Beheer stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin werd geoordeeld over de aard van haar vorderingen jegens SRH N.V. (SNS Reaal) en de Staat der Nederlanden. De kernvraag betrof of deze vorderingen concurrent of achtergesteld zijn op grond van de overeenkomst en het contractenrecht.

De Hoge Raad verwees voor het geding in de feitelijke instanties naar eerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het hof Amsterdam. Na beoordeling van het cassatiemiddel concludeerde de Hoge Raad dat de klachten van Stichting Beheer niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat beantwoording van de rechtsvragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, werd geen nadere motivering gegeven.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde Stichting Beheer in de proceskosten, waarbij de kosten aan de zijde van SRH en de Staat werden vastgesteld en met wettelijke rente werden verbonden indien niet binnen veertien dagen voldaan.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Tanja-van den Broek, Sieburgh en uitgedragen door Du Perron op 3 april 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Stichting Beheer wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/03659
Datum3 april 2020
ARREST
In de zaak van
STICHTING BEHEER SNS REAAL,
gevestigd te Utrecht,
EISERES tot cassatie,
hierna: Stichting Beheer,
advocaat: R.S. Meijer,
tegen
1. SRH N.V. ,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: SRH,
advocaat: J. de Bie Leuveling Tjeenk,
2. DE STAAT DER NEDERLANDEN,
zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Staat,
advocaat: J.W.H. van Wijk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/13/583537/HA ZA 15-286 van de rechtbank Amsterdam van 1 juli 2015, 23 september 2015 en 18 mei 2016;
het arrest in de zaak 200.199.308/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 mei 2018.
Stichting Beheer heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
SRH en de Staat hebben ieder afzonderlijk een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Stichting Beheer mede door L.V. van Gardingen en voor SRH mede door J.W.M.K. Meijer.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Stichting Beheer heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Stichting Beheer in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SRH begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Stichting Beheer deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, en tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Stichting Beheer deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
3 april 2020.