Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats].
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
27 maart 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen eigenaren van woningen en de verkoper/aannemer en energieleverancier over gebreken in de duurzame energievoorziening van de woningen. De woningen waren gebouwd en opgeleverd rond 2009, met toepasselijkheid van algemene voorwaarden waarin een vervalbeding is opgenomen dat het recht op vordering na vijf jaar na oplevering uitsluit.
De eigenaren stelden dat het vervalbeding onredelijk bezwarend is en dat de energieleverancier contractueel gehouden is tot duurzame energievoorziening, wat werd betwist. Het hof oordeelde dat het vervalbeding niet onder de zwarte of grijze lijst van onredelijke bedingen valt en dat het niet onredelijk bezwarend is. Ook ontbrak een contractuele grondslag jegens de energieleverancier.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd of het vervalbeding een wettelijke verjaringstermijn vervangt of een vervaltermijn verkort, waardoor de toetsing aan de grijze lijst onduidelijk blijft. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het hof Den Haag voor verdere behandeling. De vordering tot terugbetaling van proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.