ECLI:NL:HR:2020:49
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag onroerendezaakbelasting voor 2016.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Hoewel de brief is afgeleverd, is het griffierecht niet voldaan. Een tweede brief met verzoek tot nadere uitleg is wegens onbestelbaarheid teruggezonden en vervolgens per gewone post verzonden, maar belanghebbende heeft niet gereageerd.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.