ECLI:NL:HR:2020:431

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 maart 2020
Publicatiedatum
13 maart 2020
Zaaknummer
18/04668
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 515 lid 5 SvArt. 226a SvArt. 226m Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen wrakingsverzoek ex art. 512 Sv

De zaak betreft een wrakingsverzoek ingediend door een getuige die verzocht had om geheimhouding van zijn identiteit tijdens het verhoor. De raadsman van de verzoeker had namens hem een wrakingsverzoek ingediend omdat de rechter-commissaris geen besluit had genomen op het verzoek tot geheimhouding ex art. 226a en/of 226m Sv.

De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk omdat artikel 512 Sv Pro alleen ruimte biedt voor wrakingsverzoeken door de verdachte of het Openbaar Ministerie, niet door derden zoals getuigen.

De verzoeker stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze beslissing. De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van het beroep, omdat artikel 515 lid 5 Sv Pro uitdrukkelijk bepaalt dat tegen een beslissing op een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel openstaat.

De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Hiermee is de beslissing van de wrakingskamer definitief en kan niet verder worden aangevochten.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de beslissing op het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/04668
Datum17 maart 2020
BESLISSING
op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het gerechtshof Den Haag van 17 oktober 2018, nummer AV 001419-18, op een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verzoeker.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verzoeker. Namens deze heeft M.J.G. Schroeder, advocaat te Voorburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet‑ontvankelijkverklaring van de verzoeker in het beroep.
De raadsman van de verzoeker heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Ingevolge artikel 515 lid 5 van Pro het Wetboek van Strafvordering staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat het cassatieberoep niet‑ontvankelijk is.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 maart 2020.