ECLI:NL:HR:2020:422
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende, een B.V., had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake een naheffingsaanslag omzetbelasting, een boetebeschikking en belastingrente over de periode van 1 januari 2012 tot en met 30 juni 2014.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Hoewel de brief door belanghebbende is ontvangen, is het griffierecht niet voldaan. Vervolgens is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van vier weken na dagtekening van een tweede brief te verklaren waarom het griffierecht niet is betaald. Ook deze brief is ontvangen, maar belanghebbende heeft geen tijdige reactie gegeven.
De brief die op 26 november 2019 binnenkwam, werd als te laat beschouwd. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 13 maart 2020 uitgesproken door de Hoge Raad, kamer Belasting.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van griffierecht.