ECLI:NL:HR:2020:413
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake overdrachtsbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 14 mei 2019, waarin het hof uitspraak deed over een door belanghebbende betaalde overdrachtsbelasting. De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad motiveerde zijn oordeel niet, omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af.
Het arrest werd gewezen door de raadsheer Wortel als voorzitter en de raadsheren Beukers-van Dooren en Cools, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2020. Hiermee blijft het hofarrest ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.