ECLI:NL:HR:2020:371

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2020
Publicatiedatum
29 februari 2020
Zaaknummer
19/01431
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 552a SvArt. 94a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake beslag op cryptocurrency en belanghebbendenbegrip

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 15 januari 2019, waarin is geoordeeld over een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv. De klager betwistte dat niet-beslagen slachtoffers van een beleggingscarrousel als belanghebbenden in de zin van artikel 552a Sv kunnen worden aangemerkt.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de klager beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, waarbij het beroep is verworpen. De zaak betreft de uitleg van het begrip 'belanghebbende' in het kader van beslaglegging op cryptocurrency en de positie van slachtoffers die niet direct beslagleggers zijn.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/01431 B
Datum10 maart 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 15 januari 2019, nummer RK 18/6551, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 maart 2020.