ECLI:NL:HR:2020:37

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 januari 2020
Publicatiedatum
13 januari 2020
Zaaknummer
18/03404
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350.1 SrArt. 81.1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen straf voor vernieling ruiten onderbuurman

In deze zaak stond de verdachte terecht voor vernieling van de ruiten van de woning van zijn onderbuurman, zoals omschreven in artikel 350, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één week.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. Hij voerde aan dat de opgelegde straf in het licht van eerdere en in vergelijkbare zaken opgelegde straffen, alsmede de door het hof gevorderde straf (een geldboete van € 300,-), tot verbazing stemde. De advocaat-generaal adviseerde echter tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd dan ook verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één week voor vernieling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/03404
Datum14 januari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 juli 2018, nummer 23/000422-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 januari 2020.