ECLI:NL:HR:2020:356
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in geschil over kinderopvangtoeslag
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake verzet tegen een uitspraak over een besluit op grond van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen in samenhang met de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR).
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter indien dit bij wet is toegestaan.
Omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatie openstelt tegen de onderhavige uitspraak van de Rechtbank, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke cassatiegrond.