ECLI:NL:HR:2020:338
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over een door haar betaalde belasting op personenauto's en motorrijwielen. De zaak betrof een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in, waarop belanghebbende een conclusie van repliek indiende.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. Omdat de beoordeling geen vragen opriep die relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was nadere motivering niet vereist conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 28 februari 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.