ECLI:NL:HR:2020:300
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland en het verzet tegen een eerdere uitspraak. Hij deed een beroep op betalingsonmacht om het griffierecht niet te hoeven betalen. Na verzoek om aanvullende informatie leverde belanghebbende een verklaring omtrent afwezigheid van vermogen en loonstrookstukken aan.
De Hoge Raad wees het beroep op betalingsonmacht af omdat niet aan de criteria was voldaan. Hierna werd belanghebbende door middel van aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen vier weken. Deze brief werd afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht werd niet voldaan.
De griffier stelde belanghebbende in de gelegenheid om een verklaring te geven voor het niet tijdig betalen, maar de aangevoerde redenen boden geen grond om het verzuim te verwerpen. Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.