Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
11 februari 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor poging tot moord door met een pistoolmitrailleur op cafébezoekers te schieten, het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie, het aanwezig hebben van verdovende middelen en het witwassen van een geldbedrag. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte eerder veroordeeld op basis van deze feiten.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, waarbij hij verschillende klachten aanvoerde, onder meer over de bewezenverklaring van poging tot moord, de voorbedachte raad, het bewijs van het voorhanden hebben van munitie en de kwalificatie van het bewezen verklaarde als witwassen.
De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar oordeelde dat deze niet konden leiden tot vernietiging van het arrest. Het arrest is daarom bekrachtigd zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 11 februari 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.