Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
15 december 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake faillissementsfraude en feitelijk leidinggeven aan door rechtspersonen gepleegde bedrieglijke bankbreuk, meerdere malen gepleegd volgens het oude artikel 341a Sr.
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld, waarna hij cassatie instelde. Zijn advocaat diende meerdere cassatiemiddelen in, waaronder klachten over de bewijsvoering met betrekking tot het daderschap van de rechtspersonen en het opzet van de verdachte als feitelijk leidinggever.
De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep is verworpen. Hiermee blijft het vonnis van het gerechtshof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, waardoor het arrest van het gerechtshof in stand blijft.