ECLI:NL:HR:2020:2002

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2020
Publicatiedatum
9 december 2020
Zaaknummer
20/01372
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:253a BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ouderlijk gezag na echtscheiding en zorgregeling

In deze zaak heeft de man cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het hof van 15 januari 2020 die betrekking heeft op de regeling van het ouderlijk gezag, zorg- en opvoedingstaken en informatieverstrekking na echtscheiding. De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de klachten van de man beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat het niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere beschikkingen van de rechtbank Rotterdam en het gerechtshof Den Haag die het procesverloop in de feitelijke instanties weergeven. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en de beschikking van het hof bekrachtigd.

Deze beschikking betreft een civiele zaak binnen het personen- en familierecht, specifiek met betrekking tot de juridische aspecten van ouderlijk gezag na echtscheiding en de bijbehorende zorg- en informatieverplichtingen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01372
Datum11 december 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats], België,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de man,
advocaat: A.H.H. Conradi-Vermeulen,
tegen
[de vrouw],
wonende op een geheim adres in Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: P.S. Kamminga.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak C/10/504452 FA RK 16-5254 van de rechtbank Rotterdam van 21 maart 2018;
de beschikkingen in de zaak 200.239.841/01 van het gerechtshof Den Haag van 27 maart 2019, 18 september 2019 en 15 januari 2020.
De man heeft tegen de beschikking van het hof van 15 januari 2020 beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
11 december 2020.