ECLI:NL:HR:2020:1949
Hoge Raad
- Cassatie
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt oordeel Hof over kwijtschelding rentevordering als winstuitdeling
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had een vordering op haar certificaathouder van ruim vijf miljoen euro, waarover rente was berekend die niet werd betaald. De vennootschap schreef deze rentevordering af en schold het bedrag van bijna 55.000 euro aan rente kwijt. De Inspecteur verhoogde de belastbare winst met dit bedrag, stellende dat het een uitdeling van winst betrof.
Het Hof Den Haag oordeelde dat de kwijtschelding niet zakelijk was en dat deze een winstuitdeling vormde, mede omdat de certificaathouder in dat jaar een schenking deed aan zijn toekomstige echtgenote. Het Hof vond dat de kwijtschelding niet ten laste van de winst kon worden gebracht.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof onbegrijpelijk had geoordeeld over een vermeende schriftelijke leningsovereenkomst en onvoldoende had gemotiveerd waarom de schenking zou leiden tot een onzakelijke onttrekking. Ook had het Hof niet geoordeeld over de stelling dat de certificaathouder kosten voor de vennootschap had gedragen. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor volledige herbeoordeling.
De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep, en de vennootschap kreeg vergoeding van het betaalde griffierecht toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor volledige herbeoordeling.