ECLI:NL:HR:2020:1928

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2020
Publicatiedatum
1 december 2020
Zaaknummer
19/03951
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen kansspelbelasting

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende naheffingsaanslagen kansspelbelasting over de maanden januari en februari 2016. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in, waarna partijen nog conclusies van repliek en dupliek uitwisselden.

De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de beoordeling geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was een nadere motivering niet vereist.

Ten aanzien van proceskosten zag de Hoge Raad geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 4 december 2020, waarmee het beroep in cassatie ongegrond werd verklaard.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen kansspelbelasting blijven gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/03951
Datum4 december 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 juli 2019, nrs. 18/00071 en 18/00072, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nrs. LEE 16/2937 en 16/2939) betreffende de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de kansspelbelasting over de tijdvakken januari 2016 en februari 2016.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie; zie onder meer HR 11 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1344).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2020.