ECLI:NL:HR:2020:1874

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 november 2020
Publicatiedatum
24 november 2020
Zaaknummer
19/03435
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 311 SrArt. 326 SrArt. 81 lid 1 Wet ROArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in poging diefstal en oplichting

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor poging tot (gekwalificeerde) diefstal en poging tot oplichting. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in, dat werd verworpen door de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de strafoplegging niet tot vernietiging van het hofarrest leidde, behalve wat betreft de strafduur.

De verdachte verbleef in voorlopige hechtenis en het cassatieberoep werd pas na meer dan zestien maanden behandeld, waardoor de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijf jaren.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafduur en stelde deze vast op vier jaar en elf maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd recht gedaan aan het verbazingscriterium en de redelijke termijn waarborgen.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vier jaar en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03435
Datum24 november 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 juli 2019, nummer 21-007001-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijf jaren.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze vier jaren en elf maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 november 2020.