Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 november 2020.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland inzake een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel. De rechtbank had eerder op 27 januari 2020 een beschikking gegeven in deze zaak. De officier van justitie heeft verzocht het cassatieberoep te verwerpen, hetgeen ook werd ondersteund door de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal. De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk gereageerd op deze conclusie.
De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de beoordeling niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarmee heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen. De beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.J. Kroeze op 20 november 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.