ECLI:NL:HR:2020:1769
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 24 september 2019, waarin het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van 30 mei 2018 werd behandeld. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geconstateerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft advies uitgebracht over het beroep. Op basis van dit advies en de beoordeling van de klachten heeft de Hoge Raad besloten om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren, overeenkomstig artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, samen met de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, en is op 13 november 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.