ECLI:NL:HR:2020:1760

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 november 2020
Publicatiedatum
10 november 2020
Zaaknummer
19/01755
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.2 SvArt. 6 EVRM
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing in cassatie wegens schending aanwezigheidsrecht bij ontnemingszaak

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene was tijdens de terechtzitting in hoger beroep niet aanwezig omdat hij in Duitsland in voorarrest zat. De oproeping was uitgereikt aan een huisgenoot op het adres van de betrokkene, maar de betrokkene zelf was niet verschenen en had ook geen gemachtigde raadsman die expliciet was gemachtigd om te verdedigen.

In cassatie werd aangevoerd dat het recht van de betrokkene om aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn zaak was geschonden, omdat hij niet vrijwillig afstand had gedaan van dit recht en hij zich in detentie in het buitenland bevond. De Hoge Raad stelde vast dat de betrokkene niet aanwezig was en dat de oproeping niet aan hem persoonlijk was uitgereikt. Tevens werd een document overgelegd waaruit bleek dat de betrokkene op het moment van de zitting in voorarrest in Duitsland zat.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de zaak buiten aanwezigheid van de betrokkene heeft voortgezet, wat in strijd is met artikel 6 EVRM Pro. Daarom vernietigde de Hoge Raad het bestreden vonnis en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling en beslissing. Dit arrest is gerelateerd aan andere strafzaken met dezelfde betrokkene.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting vanwege schending van het aanwezigheidsrecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/01755 P
Datum10 november 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 maart 2019, nummer 21/003591-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt in het licht van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden over het oordeel van het hof dat met de behandeling van de zaak kon worden voortgegaan buiten aanwezigheid van de betrokkene. Het voert daartoe aan dat de betrokkene tijdens de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting in hoger beroep in het buitenland was gedetineerd en dat hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
2.2.1
Bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken bevinden zich:
a. een akte van uitreiking die is gehecht aan het dubbel van de oproeping van de betrokkene in hoger beroep om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 27 maart 2019 en die inhoudt dat de geadresseerde op 28 september 2018 niet werd aangetroffen en de oproeping is uitgereikt aan een op dat adres aanwezige persoon;
b. het proces-verbaal van die terechtzitting dat inhoudt dat de betrokkene daar niet is verschenen, dat de raadsman van de betrokkene heeft verklaard niet uitdrukkelijk door de betrokkene te zijn gemachtigd de verdediging te voeren en dat het onderzoek is gesloten.
2.2.2
In cassatie is - door middel van aanhechting aan de schriftuur - een ‘Haftbescheinigung’ van 21 oktober 2019 overgelegd van de Justizvollzugsanstalt München. Dit stuk houdt in dat de betrokkene zich vanaf 17 oktober 2018 in Duitsland in voorarrest bevindt.
2.3
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad heden heeft gewezen in de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak ECLI:NL:HR:2020:1759.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 november 2020.