ECLI:NL:HR:2020:1759

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 november 2020
Publicatiedatum
10 november 2020
Zaaknummer
19/01749
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.2 SvArt. 420bis.1.a SrArt. 420bis.1.b SrArt. 311.1 SrArt. 140.1 Sr
Verwijzingen
8 uitgaand · 9 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens schending recht op aanwezigheid verdachte tijdens hoger beroep

De verdachte werd in hoger beroep berecht voor meerdere strafbare feiten waaronder medeplegen van witwassen, diefstal met braak en inklimming, deelname aan een criminele organisatie, bewerken van hennep en schuldheling. De oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep werd rechtsgeldig betekend aan een huisgenoot op het BRP-adres van de verdachte, maar de verdachte zelf was niet aanwezig. De raadsman die op de zitting verscheen, was niet uitdrukkelijk gemachtigd door de verdachte.

In cassatie werd een document overgelegd waaruit bleek dat de verdachte op het moment van de zitting al ruim vier maanden in voorarrest in Duitsland zat vanwege een andere strafzaak, wat het hof niet bekend was. De Hoge Raad oordeelt dat hierdoor het recht van de verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht is geschonden.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden en wijst de zaak terug voor een nieuwe berechting. Dit arrest bevestigt het belang van het recht op aanwezigheid van de verdachte tijdens de behandeling van zijn zaak, en dat een niet-uitdrukkelijk gemachtigde raadsman dit recht niet kan vervangen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting vanwege schending van het recht op aanwezigheid van de verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/01749
Datum10 november 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 maart 2019, nummer 21/003578-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedautum] 1991,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt in het licht van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden over het oordeel van het hof dat met de behandeling van de zaak kon worden voortgegaan buiten aanwezigheid van de verdachte. Het voert daartoe aan dat de verdachte tijdens de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting in hoger beroep in het buitenland was gedetineerd en dat hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
2.2.1
Bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken bevinden zich:
a. een akte van uitreiking die is gehecht aan het dubbel van de oproeping van de verdachte in hoger beroep om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 27 maart 2019 en die inhoudt dat de geadresseerde op 28 september 2018 niet werd aangetroffen en de oproeping is uitgereikt aan een op dat adres aanwezige persoon;
b. het proces-verbaal van die terechtzitting dat inhoudt dat de verdachte daar niet is verschenen, dat de raadsman van de verdachte heeft verklaard niet uitdrukkelijk door de verdachte te zijn gemachtigd de verdediging te voeren en dat het onderzoek is gesloten.
2.2.2
In cassatie is - door middel van aanhechting aan de schriftuur - een ‘Haftbescheinigung’ van 21 oktober 2019 overgelegd van de Justizvollzugsanstalt München. Dit stuk houdt in dat de verdachte zich vanaf 17 oktober 2018 in Duitsland in voorarrest bevindt.
2.3
Uitgangspunt is dat als de oproeping van een verdachte die is ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP), geldig is betekend (uitgereikt) en de verdachte noch zijn bepaaldelijk gevolmachtigde raadsman op de terechtzitting is verschenen, de rechter - behoudens duidelijke aanwijzingen van het tegendeel - kan uitgaan van het vermoeden dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht. De mogelijkheid bestaat echter dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan het recht van de verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, is tekortgedaan. Dit kan zich voordoen als de verdachte tijdens de behandeling van zijn zaak in verband met een andere strafzaak was gedetineerd zonder dat dit de rechter bekend was.
2.4
Aan de herkomst en betrouwbaarheid van het stuk dat in cassatie is overgelegd, behoeft in redelijkheid niet te worden getwijfeld. Uit dat stuk moet worden afgeleid dat de verdachte op het moment van de behandeling van zijn strafzaak in hoger beroep al ruim vier maanden in verband met een andere zaak was gedetineerd. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat de oproeping om op de terechtzitting in hoger beroep van 27 maart 2019 te verschijnen rechtsgeldig maar niet in persoon is uitgereikt en de op die terechtzitting aanwezige raadsman niet uitdrukkelijk door de verdachte was gemachtigd de verdediging te voeren, is de beslissing van het hof om het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten achteraf bezien onjuist.
2.5
Het cassatiemiddel is dus terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 november 2020.