Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
3 november 2020.
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor het voorhanden hebben van een pistool en munitie in een auto op 25 mei 2016 in de gemeente Haarlemmermeer. Het vuurwapen en de munitie werden gevonden achter het dashboardkastje van de Ford Focus waarin hij als bijrijder zat. DNA-materiaal op het wapen kwam overeen met dat van de verdachte.
De verdachte ontkende kennis te hebben gehad van het vuurwapen in de auto en voerde aan dat hij het wapen slechts kort had gezien in een woning in Vlaardingen, zonder beschikkingsmacht. Het hof sprak hem vrij voor dat eerdere bezit, omdat zijn verklaring onvoldoende verifieerbaar was.
De Hoge Raad herhaalde de juridische criteria voor het voorhanden hebben van een wapen: bewustzijn van de aanwezigheid en feitelijke macht om erover te beschikken. Het hof had het bewijs en de omstandigheden, waaronder de DNA-sporen en de verborgen locatie van het wapen, voldoende gemotiveerd om tot veroordeling te komen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie in een auto.