ECLI:NL:HR:2020:1705
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, een vennootschap gevestigd te [Z], had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreffende een belastingrechtelijk geschil. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld.
Ondanks dat de aanmaningen door belanghebbende zijn ontvangen, is het griffierecht niet voldaan. De Hoge Raad heeft belanghebbende vervolgens nogmaals in de gelegenheid gesteld om te reageren op het niet tijdig betalen, maar hier is geen gebruik van gemaakt.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is uitgesproken op 30 oktober 2020 door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.