ECLI:NL:HR:2020:1696
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak hof over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2010-2013
Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2010 tot en met 2013, inclusief de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente en belastingrente. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch had het beroep van belanghebbende afgewezen. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad en voerde diverse klachten aan tegen het hofarrest.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de klachten uitvoerig te motiveren, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het oordeel van het hof ongewijzigd en wordt de navordering en de heffingsrente bevestigd.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 30 oktober 2020, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.