Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
27 oktober 2020.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor mishandeling nadat hij de aangever met twee handen hard tegen de borst had geduwd, waardoor deze viel en verwondingen opliep. Het hof verwierp het beroep op noodweer, omdat het handelen van de verdachte buitenproportioneel zou zijn geweest.
De Hoge Raad beoordeelde het cassatiemiddel dat zich richtte op de proportionaliteit van het verdedigingsmiddel. De Raad herhaalde de maatstaf uit eerdere jurisprudentie dat de gedraging als verdedigingsmiddel niet in onredelijke verhouding mag staan tot de ernst van de dreigende aanranding, waarbij terughoudendheid geldt.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de duw buitenproportioneel was, mede gelet op de vastgestelde situatie waarin de verdachte klem stond tussen zijn auto en de aangever die boos en schreeuwend zeer dicht op hem stond. Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuwe beoordeling door het hof.
De zaak betreft een incident op 6 juni 2017 te Utrecht waarbij de verdachte zich verdedigde tegen een dreigende aanranding door de aangever. De Hoge Raad benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige proportionaliteitstoets bij noodweer en wijst op het belang van terughoudendheid bij het beoordelen van het verdedigingsmiddel.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling van proportionaliteit noodweer.