ECLI:NL:HR:2020:167
Hoge Raad
- Cassatie
- G. de Groot
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- P.A.G.M. Cools
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid kosten traplift als specifieke zorgkosten zonder WMO-aanvraag
Belanghebbende bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting 2013 de kosten van een traplift als specifieke zorgkosten in aftrek. Hij had geen aanvraag ingediend bij de gemeente op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) vanwege een hoge eigen bijdrage die gelijk zou zijn aan de kosten.
De Inspecteur weigerde de aftrek, stellende dat de eigen bijdrage krachtens de WMO niet aftrekbaar is. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de kosten aftrekbaar zijn omdat belanghebbende geen WMO-voorziening ontving en dus geen eigen bijdrage krachtens de WMO verschuldigd was.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat ook zonder WMO-aanvraag de eigen bijdrage moet worden meegewogen, waardoor aftrek niet mogelijk zou zijn. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat de aftrekbeperking alleen geldt indien daadwerkelijk een eigen bijdrage krachtens de WMO is verschuldigd.
Het voorwaardelijk incidentele beroep van belanghebbende verviel omdat het principale beroep faalde. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de aftrekbaarheid van de trapliftkosten als specifieke zorgkosten zonder WMO-aanvraag.