ECLI:NL:HR:2020:1663
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2013. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Ondanks ontvangst van deze brief is het griffierecht niet tijdig voldaan.
Na een nadere gelegenheid tot reactie heeft belanghebbende geen geldige reden aangevoerd voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb wordt het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2020. Het reeds betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.