Uitspraak
verblijvende te [plaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
16 oktober 2020.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 30 maart 2020, waarin een plan van aanpak als bedoeld in artikel 5:5 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) te laat was ingediend. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen, waarop de advocaat van betrokkene schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad heeft de klachten van betrokkene beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De beschikking is op 16 oktober 2020 door de Hoge Raad gegeven en het beroep van betrokkene is verworpen. De uitspraak betreft een cassatieprocedure in een civiele zaak over bestuursrechtelijke aspecten van de Wvggz en de termijn van indiening van een plan van aanpak.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene is verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.