Uitspraak
gevestigd te Rotterdam,
2.Uitgangspunten en feiten
non-hazardousen de ander als
hazardouswerd gekwalificeerd, dit laatste in verband met de vervuiling van het suikerwater met hormonen, waaronder met name MPA.
non-hazardousstroom suikerwater verzorgd. In 1999 heeft Cara Wyeth in contact gebracht met het in België gevestigde afvalverwerkingsbedrijf Bioland Liquid Sugars B.V. (hierna: Bioland). In oktober van dat jaar heeft Wyeth een bezoek aan Bioland afgelegd en daarbij gevraagd of zij over een vergunning beschikte. Bioland heeft die vraag bevestigend beantwoord en toegezegd de vergunning aan Wyeth toe te zenden, maar dat is nooit gebeurd.
Good Manufacturing Practicecode mochten immers aan haar extra eisen worden gesteld met betrekking tot de omgang met producten die voor gebruik als diervoeder waren bestemd. De omstandigheid dat zij voorschriften van die code heeft overtreden, heeft mede bijgedragen tot de schade en valt aan haar toe te rekenen. Voor de overige 50% respectievelijk 40% zijn Wyeth en Cara hoofdelijk aansprakelijk, op de grond dat aan de jegens hen gemaakte verwijten grotendeels dezelfde feiten ten grondslag liggen (art. 6:102 BW Pro). (rov. 3.8.1)
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
in het incidentele beroep:
16 oktober 2020.