Uitspraak
1.GENUVA HOLDING B.V.,
GENUVA B.V.
PORKER FOODS B.V.,
GENUBO B.V.,
[J],
1.AHP MANUFACTURING B.V. (h.o.d.n. WYETH MEDICA IRELAND),
CARA EVIRONMENTAL TECHNOLOGY
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
coatingvan de geneesmiddelen. Dit proces resulteerde onder meer in twee afvalstromen bestaande uit een wateroplossing met suiker en kleurstof (suikerwater) waarvan de een door haar als
non-hazardousen de ander als
hazardouswerd gekwalificeerd, dit laatste in verband met de vervuiling van het suikerwater met hormonen, waaronder met name MPA.
Integrated Pollution Prevention and Control licence(hierna: IPC-vergunning) van de Ierse overheid. Ingevolge die IPC-vergunning was Wyeth bevoegd maar tevens gehouden haar suikerwaterafval te verwerken conform de nationale en internationale regelgeving terzake afvalstoffen.
non-hazardousgekwalificeerde suikerwater verzorgd. Dit suikerwater werd aanvankelijk overbracht naar ATM in Moerdijk voor biologische afbraak en nadien naar Kommunikemi in Denemarken voor verbranding. Cara liet het suikerwater door de door haar ingeschakelde vervoerders ophalen bij Wyeth’s fabrieksterrein in Newbridge (Ierland).
hazardousgekwalificeerde stroom suikerwater werd indertijd via andere afvalmakelaars naar het Verenigd Koninkrijk en naar Duitsland overgebracht voor verbranding.
audituitgevoerd bij Bioland. Tijdens de
auditheeft Wyeth aan Bioland ( [K] ) gevraagd of zij over de vereiste vergunning beschikte. Bioland heeft daar bevestigend op geantwoord en toegezegd de vergunning aan Wyeth toe te zenden, hetgeen niet is geschied.
auditheeft Cara aan Wyeth een offerte uitgebracht voor de verwerking van de onder v bedoelde stroom suikerwater door Bioland. Wyeth heeft vervolgens via Cara het door haar als
non-hazardousgekwalificeerde suikerwater ter verwerking laten afvoeren naar Bioland.
harzardousgekwalificeerd suikerwater naar Bioland verzonden. Bioland beschikte niet over een vergunning voor verwerking van farmaceutisch afval.
audithebben bezocht. Hun moet toen gebleken zijn dat het om een dicht bij de Nederlandse grens (te Arendonk) gevestigd bedrijf ging van relatief kleine omvang dat zich met name toelegde op verwerking van (afval)suikers waarvan het residu bestemd was voor de diervoeder-industrie (zie onder meer formulier “
Waste Disposal Audit”, de verklaring van [E ] door Genuva c.s. overgelegd als producties 27 en 28 bij conclusie van repliek en de verklaringen van [A] van Cara over dit bezoek, productie 11 van Cara; zie voorts de verklaring van [B] (hierna: [B] ) van Wyeth waaruit blijkt dat deze ervan uitging dat het
audit-bezoek aan een in “Holland” gevestigd bedrijf plaatsvond, producties 151 en 152 van Genuva c.s. bij memorie van grieven). Voor de hand ligt dat, voor zover het suikerwater gerecycled zou worden, het resulterende product in de regio zou worden afgezet, waartoe ook het nabij Arendonk gelegen zuidelijk deel van Nederland behoorde, (te meer nu Bioland een Nederlandse leiding had en contacten onderhield met het in Nederland gevestigde en in de diervoedersector actieve Profarm).
coatingdaarvan met een gekleurde suikerlaag), dat het suikerwater, afkomstig van de farmaceutische industrie, in de categorie gevaarlijke afvalstoffen viel (vgl. in dit verband bijvoorbeeld Beschikking Europese Commissie van 3 mei 2000 met bijlage en artikel 3 sub a Besluit Pro aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen met bijbehorende bijlage onder 34, door Genuva c.s. overgelegd als producties 148 en 149 bij memorie van grieven) en dat het overbrengen en verwijderen daarvan - naar Wyeth als producent en houder van een IPC-vergunning en ook Cara als professioneel afvalmakelaar zonder meer bekend moet zijn geweest - in het belang van het milieu en gezondheid van de mens aan restricties en toezicht onderworpen was.
‘non-hazardous’ dan wel ‘
innocuous’ en dus als onschadelijk gekwalificeerde suikerwater voordien in opdracht van Wyeth eerst naar ATM in Nederland werd overgebracht voor biologische afbraak en nadien naar Kommunikemi in Denemarken, waar het verbrand werd, en dat daarbij de formaliteiten in acht werd genomen geldend krachtens de EVOA (oud) voor afval opgenomen op de “oranje lijst” (ingevolge bijlage III onder AD 010: afval afkomstig van de productie en bereiding van farmaceutische producten).
Material Safety Data Sheet(hierna: MSDS, productie 111 van Genuva c.s. in eerste aanleg) waarin onder “
hazards identification” als “
signal word” “
DANGER” wordt vermeld en waarin is opgenomen dat de stof kanker kan veroorzaken, de vruchtbheid en het ongeboren kind kan beschadigen en voorts een langdurige giftige uitwerking heeft op in het water levende organismen. De eveneens overgelegde MSDS van Oestradiol en Trimegeston bevatten soortgelijke vermeldingen. De “
safety data sheet” betreffende MPA, zoals die op 7 april 2000 door Wyeth aan Cara is toegestuurd, noemt niet (ook) kanker als mogelijk gezondheidsrisico maar wel de “
possible risk of irreversible effects”(vgl. onderdeel 7 van productie 15 van Cara). Ook [B] van Wyeth verklaart in zijn verhoor door de Ierse nationale recherche (productie 151 van Genuva c.s. bij memorie van grieven) dat hij het vloeibaar afval dat van de verwerkingsfaciliteit (waar onder meer orale contraceptie tabletten werden vervaardigd) afkomstig was als gevaarlijk beschouwde.
trace quantities” van met name MPA bevatte, maar dat zij de hormoonvervuiling als verwaarloosbaar heeft beschouwd valt moeilijk te rijmen met het feit dat zij de MSDS met betrekking tot MPA - nadat zij deze reeds begin januari 2000 bij Wyeth had opgevraagd - aan Bioland heeft overhandigd (die het suikerwater in ieder geval ten dele opsloeg als “
wasted MPA”) en dat de vervuiling met MPA aanleiding voor haar was om vanaf augustus 2000 voor de verwerking door Bioland het dubbele van de eerder afgesproken prijs te gaan betalen (vgl. conclusie van repliek Genuva c.s. onder 3.9.11 en producties waarnaar in de bijbehorende voetnoten wordt verwezen). Aan dit verweer wordt derhalve voorbij gegaan.
sugar water, non regulated voor transport” is verscheept. Het hof verwijst in dit verband naar het door de Belgische Federale Politie opgemaakte proces verbaal (productie 13 van Genuva c.s. bij conclusie van repliek, blz. 17, 20 en 21) waarin gewag wordt gemaakt van het feit dat Wyeth het afval als suikerstroop bestempelde en het door Cara verzorgde transport plaatsvond in “
foodgrade” containers waardoor “de controlerende overheid op een listige wijze om de tuin (werd) geleid”.
non hazardous waste sugar coating” omschreven suikerwater - onder meer - MPA bevatte, soms zelfs in hogere mate dan het als “
hazardous” gekwalificeerde suikerwater. In dit verband acht het hof voorts significant dat blijkens bedoeld onderzoek leveringen van suikerwater van voor juli 2000 (in mei 2000) aan limonade fabrikant [N] MPA en beta-estradiol bevatten, vgl. onder meer productie 35 bij conclusie van repliek).
full batches’, valt op te maken uit de verklaring van [A] van Cara (productie 15 van Cara sub 49).
waste disposal audit” uit te voeren.
Food Grade bulk containers” en het residu van de verwerking was bestemd voor de diervoederindustrie (vgl. zowel sectie 3 als sectie 5 onderaan).
business experience” is slechts specifiek vermeld dat deze is opgedaan in de appel- en perensap industrie; op de laatste pagina is vermeld dat de eigenaren omtrent de herkomst van het verder door hen verwerkte materiaal geen mededeling wilden doen doch dat het geen “
rinse water from tablet coating processes” betrof. Uit het rapport blijkt voorts dat geen sprake was van op schrift gestelde “
standard operating procedures” en dat het bedrijf geen openheid van zaken wilde geven over gebruikte technologieën.
local authority permit to operate exists” en dat een kopie daarvan zou worden afgegeven aan Cara. Uit de eerst op 22 maart 2001 door de Provincie Antwerpen afgegeven milieuvergunning (productie 18 van Genuva c.s. bij conclusie van repliek) blijkt dat deze is afgegeven met het oog op “de productie van mengstropen vertrekkende van schadesuikers”; dat daarmee tevens de verwerking van farmaceutisch afval als het onderhavige zou zijn bedoeld, vindt in de tekst van de vergunning geen enkele steun.
audit-rapport biedt daarvoor in ieder geval onvoldoende aanknopingspunten.
auditniet te ontlenen. Het had dan ook zonder meer op hun weg gelegen om het bedrijf ten minste nogmaals gericht door te lichten alvorens suikerwater werd overgebracht dat ook in hun ogen niet zo “
innocuous” was als voordien.
hazard identification” is vermeld, was de kans dat als gevolg van de door hen gekozen wijze om zich van de afvalstroom te ontdoen schade zou ontstaan niet alleen aanwezig maar zodanig groot dat Wyeth en Cara naar maatstaven van zorgvuldigheid daartoe niet op de reeds besproken wijze hadden mogen overgaan.
environmentalen
waste managementin haar
annual environmental report 1999,productie 125 van Genuva c.s. in eerste aanleg). Een dergelijke verantwoordelijkheid vloeit ook voort uit haar IPC vergunning. Dat Wyeth zich daarvan ook bewust was, volgt uit haar betrokkenheid bij de in oktober 1999 verrichte
audit.Uit de door Genuva c.s. overgelegde internationale vrachtbrieven blijkt voorts dat Cara bij het vervoer als “
sender’s agent” optrad, terwijl ook uit de door Genuva c.s. in het geding gebrachte IPC
Application Formmet bijlagen, waaronder het van Wyeth afkomstige stuk “
Waste Disposal Arrangements”, het EPA rapport en persbericht (respectievelijk producties 115 en 3 van Genuva c.s. in eerste aanleg en 167 bij memorie van grieven) valt op te maken dat Cara bij de afvalverwijdering een bemiddelende rol (als
broker/agent) vervulde en de betrokkenheid van deze laatste derhalve de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van Wyeth ter zake van de uiteindelijke wijze van verwijdering van de afvalstroom niet wegneemt.
auditvan oktober 2000 en wetend dat de vergunning van Bioland niet tot de verwerking van farmaceutisch afval strekte - aan Wyeth heeft laten weten dat Bioland ook in staat zou zijn de door Wyeth als “
hazardous” gekenmerkte partijen suikerwater te verwerken (zie verklaring [E ] afgelegd ten overstaan de Federale Politie te Turnhout, productie 29 van Genuva c.s. bij conclusie van repliek alsmede de bij die conclusie als productie 14 overgelegde verklaring van [C] ) en deze partijen vervuild suikerwater vervolgens ook daadwerkelijk naar Bioland heeft doen overbrengen onder betaling van een verhoogde prijs.
auditbekend moet zijn geweest - Bioland tot voor de ontvangst van het van Wyeth afkomstige met hormonen vervuilde suikerwater zich niet bezighield met de verwerking van farmaceutisch afval doch uit de humane industrie afkomstig suikerafval verwerkte in producten (siroop en residu) die in de levensmiddelenindustrie respectievelijk in de diervoeder sector (onder meer aan bedrijven als Profarm en [U] ) werden afgezet, dat het suikerwater weliswaar een opvallend rode/roze kleur had maar dat dit op zichzelf niet behoefde te wijzen op een verdachte herkomst nu (onverwerkt) suikerafval afkomstig van de productie van snoepjes en limonade een dergelijke kleur kan hebben en dat ook de mededeling dat de kleur afkomstig was van cactussen in Peru (kennelijk werd daarmee gedoeld op karmijnzuur) niet in een andere richting wijst. Tegen deze achtergrond kan niet worden aangenomen dat Genuva c.s. er in de gegeven omstandigheden bedacht op hadden moeten zijn dat het suikerwater met hormonen vervuild zou kunnen zijn en als gevolg daarvan aan het gebruik als veevoeder gezondheidsrisico’s kleefden van een orde zoals die zich naderhand hebben gemanifesteerd.
mutatis mutandishetzelfde. De vorderingen van Genuva Holding en [J] zijn derhalve niet toewijsbaar.