ECLI:NL:HR:2020:1579
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak 2016
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2016, waarop de Rechtbank Den Haag uitspraak deed. In hoger beroep bevestigde het Gerechtshof Den Haag deze uitspraak. Belanghebbende wendde zich vervolgens tot de Hoge Raad met een cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en het advies van de procureur-generaal ingewonnen. Op basis hiervan oordeelde de Hoge Raad dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Daarom maakte de Hoge Raad gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest werd uitgesproken door drie raadsheren onder voorzitterschap van J. Wortel op 9 oktober 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke motivering.