ECLI:NL:HR:2020:1530
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake loonheffing over eerste kwartaal 2015
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Deze uitspraak betrof het hoger beroep van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over het bedrag aan ingehouden loonheffing over het eerste kwartaal van 2015.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft het middel dat belanghebbende had voorgesteld beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om nadere motivering te geven, omdat het middel geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is op 2 oktober 2020 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.