Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2020:1494

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2020
Publicatiedatum
23 september 2020
Zaaknummer
19/03828
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bewijsrecht en partijdeskundigenbericht bij herstelfunctie hoger beroep

In deze civiele zaak stond centraal of het hof voldoende aandacht had besteed aan een door de opdrachtgever in hoger beroep overgelegd partijdeskundigenrapport, nadat in eerste aanleg een deskundige door de rechtbank was benoemd. De opdrachtgever vorderde herstel van werkzaamheden die door de aannemer Interland niet naar tevredenheid waren uitgevoerd.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch en beoordeelt de klachten van de opdrachtgever over het hofarrest. De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en ziet geen aanleiding tot nadere motivering, mede op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro.

Het cassatieberoep wordt verworpen en de opdrachtgever wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van Interland nihil zijn begroot. Hiermee bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof en sluit de procedure af.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de opdrachtgever wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/03828
Datum25 september 2020
ARREST
In de zaak van
[Opdrachtgever] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
hierna: Opdrachtgever,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
INDUSTRIËLE HANDELSONDERNEMING INTERLAND B.V.,
gevestigd te Hoensbroek, gemeente Heerlen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Interland,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak 2788385 CV EXPL 14-1608 van de kantonrechter te Maastricht van 14 mei 2014, 13 augustus 2014, 4 november 2015, 23 december 2015 en 5 april 2017;
het arrest in de zaak 200.223.484/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 mei 2019.
Opdrachtgever heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Interland is verstek verleend.
De zaak is voor Opdrachtgever toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Opdrachtgever heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Opdrachtgever in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Interland begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
25 september 2020.