ECLI:NL:HR:2020:1437
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Raad van Beroep in Ambtenarenzaken niet-ontvankelijk
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dit beroep had betrekking op een verzet en verzoek om herziening van eerdere uitspraken van dezelfde Raad van Beroep.
De Hoge Raad heeft onderzocht of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van bestuursrechters indien dit bij wet is bepaald. In deze zaak ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen de uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken zoals in deze procedure.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 18 september 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke basis voor cassatie.